oefeningen!

 

Inleiding:
Er zijn steeds enkele basisoefeningen die steeds terug komen. In dit hoofdstuk zullen we deze gaan bespreken hoe men de oefening moet uit voeren. We zullen er ook steeds bij vermelden waarom deze oefening wel dient en waar er dus op gelet moet worden.

Kneel-down:
Doel:
We trainen het gevoel van:
- een VRIJE pendulum swing.
- de RELAXATIE van de duim tijdens de release.
- de druk op de binnenkant van de vingertoppen (moet steeds dezelfde zijn)
- de JUISTE TIMING V/D RELASE (aan enkel van de glijvoet, touchpoint)
- een ONTSPANNEN FOLLOW-THROUGH met een losse nabeweging.

Hoe voeren we de oefening uit:
Ga op 1 knie zitten ( RH rechter knie, LH linker knie ), met je andere voet naar voren voor de knie waar je op gaat zitten. De niet bowling hand rust op je knie. Neem de bal vast breng je schouders op gelijke hoogte. We gaan nu de bal 2 maal laten zwaaien. De eerste zwaai is naar achter, we brengen hier de bal in beweging. Daarna laten we de bal natuurlijk zwaaien. Na de 2e zwaai laat men de bal rollen als men aan de enkel komt.

Belangrijke punten om op te letten:
-
Zwaai is natuurlijk niet geforceerd of gecontroleerd.
- Schouders even hoog en haaks op de te spelen lijn.
- Lichtjes voorover buigend vanuit de heup.
- Voet niet te ver van de knie (ongeveer een 5 a 10 cm).
- Bal lossen aan de enkel.
- Pols recht.
- Vingers op de juiste positie. (RH duim op 10 a 11 u en vingers op 4 en 5 u)
- Arm doorzwaaien na het lossen van de bal.

Opgelet:
- Vanger zit liefst met de rug naar de baan.
- Vang de bal steeds op met 2 handen.
- Laat geen voorwerpen slingeren op de baan.

Balans oefening:
Doel:
-
Juiste balans houding aan de foutlijn.
- De RELAXATIE van de duim tijdens de release.
- De druk op de binnenkant van de vingertoppen (moet steeds dezelfde zijn)
- De JUISTE TIMING V/D RELASE (aan enkel van de glijvoet, touchpoint)
- Een ONTSPANNEN FOLLOW-THROUGH met een losse nabeweging.

Hoe voeren we de oefening uit:
We gaan op een 10 cm van de foutlijn staan. We zetten ons in de balans positie. De bal hangt naar onder ( men heeft deze dus niet meer vast.) We zorgen dat we stevig staan, schouders recht en goed door de knieën. We doen nu 3 zwaaien. De eerste gaat naar achter. Bij elke achterwaartse zwaai gaan we licht versnellen. Als de bal naar voren zwaait gaat men geen kracht bijgeven maar laat men deze natuurlijk zwaaien. Na de 3e zwaai laat men de bal los als de bal de knie paseert. Men doet nog 2 zwaaien na nadat men de bal heeft gelost. Dit om te zien of men de bal natuurlijk heeft laten zwaaien.

Belangrijke punten om op te letten:
- Aleen versnellen van de bal in de achterwaartse beweging.
- Natuurlijk de bal laten zwaaien naar voren.
- Bal lossen aan de knie.
- Lichtjes voorover buigend vanuit de heup.
- Schouders even hoog en evenwijdig met de foutlijn.
- Pols recht.
- Hand in de juiste positie. ( RH duim op 10 a 11 u en vingers op 4 en 5 u )
- Vlak na de foutlijn zien niet naar de pijlen.
- 2 natuurlijke nazwaaien.

Opgelet:
Ga niet achter de speler die aan het oefenen is staan.

One-step:
Doel:
-
Juiste balans houding aan de foutlijn.
- De RELAXATIE van de duim tijdens de release.
- De druk op de binnenkant van de vingertoppen (moet steeds dezelfde zijn)
- De JUISTE TIMING V/D RELASE (aan enkel van de glijvoet, touchpoint)
- Een ONTSPANNEN FOLLOW-THROUGH met een losse nabeweging.

Hoe voeren we de oefening uit:
We gaan ongeveer een grote stap voor de foutlijn staan. De ogen zijn gericht op een punt net na de foutlijn. Dus niet naar de pijlen of naar de bolletjes. De bal hangt tegen je dij. We gaan nu net als de balans oefening 5 keer zwaaien. De eerste is zoals steeds naar achteren. Nadat de bal de derde keer je knie paseert (bij de achterwaartse beweging) doen we onze laatste pas en de slide. De duim komt los aan de enkel. Nadat we de bal hebben gelost doen we nog 2 zwaaien. Dit om te zien of men de bal natuurlijk heeft laten zwaaien. We letten natuurlijk nog steeds op onze schouder en we gaan tijdens de slide ook goed door de knieën, net zoals in de balans oefening ook moest gebeuren.

Belangrijke punten om op te letten:
- Alleen versnellen van de bal in de achterwaartse beweging.
- Natuurlijk de bal laten zwaaien naar voren.
- Bal lossen aan de knie.
- Lichtjes voorover buigend vanuit de heup.
- Schouders even hoog en evenwijdig met de foutlijn.
- Pols recht.
- Hand in de juiste positie. ( RH duim op 10 a 11 u en vingers op 4 en 5 u )
- Vlak na de foutlijn zien niet naar de pijlen.
- 2 natuurlijke nazwaaien.

Opgelet:
Ga niet achter de speler die aan het oefenen is staan.

Practice swing:
Doel:
-
Het gevoel krijgen van de natuurlijke zwaai tijdens de oefen zwaai.
- Juiste timing ( passen - bal )
- Juiste timing van het weg duwen van de bal.

Hoe voeren we de oefening uit:
We gaan gewoon gereed staan in onze stance op onze normale positie waar we steeds starten. We blijven staan en laten de bal een zwaai nemen. We letten er op dat deze natuurlijk gebeurt. We houden de bal dus niet tegen of we versnellen de bal niet. Tijdens deze swing luisteren we naar het gevoel en snelheid van de bal. Van het moment dat de bal terug van voor komt laten we deze in een vloeiende beweging terug komen. Op het moment dat de bal terug is wordt deze direct terug uitgeduwd en nemen we onze normale 4 passen aanloop.

Belangrijke punten om op te letten:
- De practice swing moet natuurlijk zijn uitgevoerd.
- We vertrekken met onze passen als we de bal terug uitduwen.
- Lichtjes voorover buigend vanuit de heup in de stance.
- Schouders even hoog en evenwijdig met de foutlijn.
- Pols recht.
- Hand in de juiste positie. ( RH duim op 10 a 11 u en vingers op 4 en 5 u )
- 2 natuurlijke nazwaaien.
- Ogen zijn gericht op ons mikpunt ( pijlen of bolletjes )

Opgelet:
Hou je handen steeds droog.
Blijf niet achter een andere speler staan.

Push-away
Doel:
Deze oefening dient voornamelijk om de push-away te oefenen. De push-away mag niet tegen gehouden worden of niet geforceerd worden. Deze moet op een natuurlijk manier gebeuren.

Hoe voeren we de oefening uit:
Deze oefening bestaat uit 2 deel oefennigen.

Oefening 1:
Deze wordt als volgt uit geoefend. 2 spelers gaan tegenover elkaar staan. De ene met bal en de andere zonder de bal. De speler met de bal gaat in zijn stance positie staan met de bal in de juiste positie. De andere speler gaat voor de bal staan met zijn handen gereed om de bal op te vangen. Hij gaat net zo ver staan dat de speler met de bal net zijn arm kan uitstrekken en de bal in je handen kan leggen. De speler met de bal gaat nu gewoon zoals normaal zijn push-away doen. De andere speler vangt de bal en brengt deze terug naar de bowler. Let er wel goed op dat de push-away zo natuurlijk mogelijk verloopt. De bal wordt dus niet tegen gehouden op versnelt.

Oefening 2:
De speler met de bal gaat net als oef 1 in zijn stance staan. De 2e speler gaat nu naast de speler staan aan de kant van zijn bowling hand. De 1e speler gaat nu net als in oef 1 de push-away doen, maar we laten de bal nu 1 zwaai maken. Als de bal terug naar voren komt dan zal de 2e speler de bal pakken en deze terug in de normale positie brengen.

Belangrijke punten om op te letten:
- Zorg dat de bowlingarm relax is in de stance.
- De arm moet na de oefening ook nog steeds relax zijn.
- Schouders recht.
- Licht naar voren leunend.
- Door de knieen zakken.
- Voeten evenwijdig.
- Voeten iets uit elkaar.
- Pols recht.
- Vingers op 4 en 5u en duim op 10 a 11u.

Opgelet:
Zorg dat er niemand achter je staat. Je bal moest maar eens los schieten uit je vingers.
Zorg er ook steeds voor dat je je vingers en hand goed afdroogt. Dit ook tegen het wegglipen van de bal.
Zorg er ook steeds voor dat je er op let dat je deze oefening niet doet met een kleine speler en een grote speler, dit geeft problemen.

NAAR BOVEN

    Teller