het spel!

  •    

    Bowlen hoe doe je dat?

    Bowling wordt gespeeld op een baan met aan het eind daarvan 10 pins die in een driehoek zijn opgesteld, en die door een bal omgegooid moeten worden.
    Hiervoor mag een aanloop gebruikt worden op het aanloopgedeelte, ook wel Approach genoemd.
    Deze Approach loopt tot aan de foutlijn, die niet overschreden mag worden.
    Daar waar de approach eindigt, begint de baan.
    De pins aan het eind van die baan worden door een automatische machine steeds opnieuw opgezet, terwijl deze machine er ook voor zorgt, dat de bal steeds teruggetransporteerd wordt.
    De pins vormen samen een driehoek en iedere pin heeft een eigen nummer. De nummering begint bij de voorste pin (pin 1) en loopt van voor naar achter en van links naar rechts de 4 rijen door.
    Op de baan bevinden zich verder nog pijlen (arrows), die gebruikt kunnen worden bij het mikken. Bij de foutlijn aan het einde van de approach bevinden zich de zogenaamde Locater dots. Ook aan het begin van de approach staan dots getekend. Ze dienen er voor om je positie op de approach te bepalen.
    Het doel van het spel is: zoveel mogelijk pins omgooien. Als dit in één keer lukt, noemen we dat een strike Lukt dit echter niet in één keer, dan moet je misschien je strikepositie aanpassen . Lukt het je om in de tweede worp alle pins om te gooien, dan noemen we dat een spare. Ook hiervoor zijn aanpassingen ontwikkeld, en wel het spare aanpassingssysteem.
    Het bowlingspel wordt gespeeld in games. Iedere game bestaat uit 10 frames. In elke frame, waarbij je dus twee kansen krijgt, mag men proberen de 10 pins om te gooien. Gooi je bovendien in het 10e frame een spare of een strike, dan mag je respectievelijk één of twee extra worpen doen. 

     

    Naar boven

     

  •     Teller